Arentshuis

Het fraaie achttiende-eeuwse Arentshuis vult zijn benedenverdieping met tijdelijke exposities van beeldende kunst die aansluiten bij de Groeningecollectie, zoals de rijke verzameling prenten en tekeningen uit het Steinmetzkabinet. De bovenverdieping is gewijd aan het oeuvre van de veelzijdige Brits-Brugse kunstenaar Frank Brangwyn (1867-1956). Hij schilderde levendige, realistische taferelen waarin hij het industriële leven in de dokken en fabrieken en het harde labeur van arbeiders weergaf. Daarnaast legde hij ook zijn vele reisimpressies kleurrijk vast op doeken, aquarellen en in etsen. De kunstenaar ontwierp ook meubelen en tapijten.

Geschiedenis

Aquilin Arents de Beerteghem, de laatste privé-eigenaar, geeft zijn naam aan dit neoclassicistisch gebouw uit het laatste kwart van de achttiende eeuw. Het portaal, met vier kolommen met palmbladkapitelen, en diverse verbouwingen in Egyptische empirestijl tonen hoe de toen heersende egyptomanie ook in Brugge opgang vindt. Ze dateren vermoedelijk van bij het bezoek van Napoleon Bonaparte aan Brugge in 1810.

Museum

De bovenverdieping toont de verbluffende veelzijdigheid in Frank Brangwyns oeuvre, dat bovendien tot verschillende kunstrichtingen behoort: sociaal-realisme, Wiener Secession, Art Nouveau, Art Deco en modernisme. Hij schildert met olieverf, tempera en waterverf, is een vooraanstaand graficus én ontwerpt onder invloed van Arts & Crafts ook meubels, glasramen en zelfs juwelen. Beneden organiseert het Groeningemuseum tijdelijke exposities.

Collectie

De collectie is het resultaat van twee schenkingen. De Engelsman John Steinmetz (1795-1883) laat zijn verzameling van meer dan 17.000 prenten en tekeningen na. Als de stad het Arentshuis in 1909 verwerft, vormen ze de basis voor een prentenkabinet. In 1936 schenkt ook de Engelse kunstenaar Frank Brangwyn een groot deel van zijn oeuvre aan zijn geboortestad.